woensdag 12 december 2018 Menu

Comité Belgenkamp duikt in Grote Oorlog

Delegatie Harderwijkers bezoekt middelpunt van Grote Oorlog

Gepubliceerd:woensdag 1 oktober 2014

HARDERWIJK - Imponerend. Wat stil laat de delegatie Harderwijkers van het Comité 100 jaar Belgenkamp de indrukken van hun bezoek in Langemark-Poelkapelle in West Vlaanderen over zich heen komen. Afgelopen vrijdag bezocht de Harderwijkse burgemeester Harm Jan van Schaik samen met het comité dit middelpunt van de Eerste Wereldoorlog.

's Morgens werd de delegatie gastvrij ontvangen met een 'pint' (of een sapje) door de burgemeester en zijn schepenen (wethouders) in het gemeentehuis van Langemark. Het was de start van een inspirerend, maar bovenal imponerend bezoek aan het kleine stukje België waar bijna een half miljoen soldaten in amper vier jaar de dood vonden. De bewoners van het vlakke West Vlaanderen, tegen de Franse grens, worden nog bijna dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van de Grote Oorlog of '14-'18, zoals ze hier de Eerste Wereldoorlog. In de hal van het gemeentehuis hangt een expositie met foto's van Belgische kinderen van nu bij oorlogsgraven. "Ereperken met duizenden graven liggen hier her en der verspreid binnen onze gemeentegrenzen ", vertelt burgemeester Alain Wyffels. " Er worden nog zeer regelmatig explosieven gevonden, jaarlijks ongeveer 120 ton. Er komen zelfs nog bijna jaarlijks boeren om het leven die met de ploeg op een bom uit de Grote Oorlog stuiten."


"En dat is niet vreemd wanneer je bedenkt dat er tussen de 12 miljoen en 25 miljoen bommen en granaten werden afgevuurd binnen vier jaar", vertelt Freddy Declerck van Memorial Museum Passchendaele. In sneltreinvaart nam de voorzitter van dit museum burgemeester Harm Jan van Schaik en de delegatie Dim van Rhee, Liek Mulder en Jan en Janny Klein door het museum in buurdorp Zonnebeke. "Die oorlog komt zo wel heel dichtbij, ook al is het honderd jaar geleden", verzucht oud-geschiedenisleraar Liek Mulder. "Indrukwekkend dat het zelfs na honderd jaar nog zo dicht bij de mensen hier staat."


"Maar je moet beseffen dat de hele regio hier helemaal is platgeschoten, er stond werkelijk niets meer overeind, de bossen waren weg, de huizen weg, de kerken plat", vertelt Declerck. "Deze oorlog is in cijfers werkelijk niet te bevatten. In vier jaar tijd is dit stuk land tot een totale modderige woestenij omgetoverd. Er werd gevochten om enkele honderden meters per slag. En de hele wereld vocht mee. Niet alleen Britten, Amerikanen, Canadezen en Fransen, maar ook Arabieren, Zuid Afrikanen, er hebben ruim 30 nationaliteiten gevochten om dit kleine stukje België."


De aanstichters van het bezoek van burgemeester Van Schaik en de delegatie Harderwijkers waren de heer en mevrouw Dewilde uit Langemark. Jarenlang waren zij op zoek naar het graf van grootvader Benoni Dewilde. Aan die zoektocht van verschillende familieleden kwam afgelopen april na 95 jaar een einde. De laatste kleinzoon van Benoni vond in Harderwijk de laatste rustplaats van de Belgische soldaat. Benoni Dewilde bleek begraven te liggen op het Belgische Ereveld op Begraafplaats Oostergaarde in Harderwijk. De gemeente Harderwijk organiseerde een kleine herdenking op de begraafplaats, maar werd op haar beurt ook weer uitgenodigd in Langemark.


Het was een van de redenen voor Comitévoorzitter Dim van Rhee om in oktober ook het Belgenkamp te herdenken. Dit jaar is het precies honderd jaar geleden dat er ongeveer 16.000 Belgische militairen werden 'geïnterneerd'. "In feite was het een kamp om de Belgische soldaten in vast te houden", vertelt Van Rhee. "Nederland moest wel om neutraal te blijven. Na de verloren slag om Antwerpen in 1914 vluchten 40.000 Belgische militairen naar Nederland. De angst bestond dat deze militairen met de boot weer naar de nog vrije Belgisch kust zouden varen en weer mee zouden gaan vechten. Dat zou de Nederlandse neutraliteit in gevaar brengen."
Een deel van die militairen kwam dus in Harderwijk terecht. Harderwijk werd plots ruim drie keer zo groot door het Belgenkamp. "Harderwijk had 7000 inwoners, daar kwamen er in eerste instantie 13.000 bij", vertelt Van Rhee. "Er ontstond een compleet dorp, met winkeltjes en zelfs een eigen wielerbaan. Later kwam er nog een kamp naast waar gezinsleden van de soldaten kwamen te wonen. Dat waren ook ongeveer 3.000 mensen."


Van 11 tot 18 oktober wordt er stil gestaan bij de Belgen die in Harderwijk zaten. Ook een delegatie uit Langemark zal dan Harderwijk bezoeken. "Naast Benoni Dewilde ligt er nog iemand uit Langemark hier begraven", weet Roose Simon, die familie Dewilde hielp bij de zoektocht. "Maar van die persoon kunnen we hier in Langemark geen familie meer terugvinden. Benoni Dewilde was zo moeilijk te vinden omdat hij niet gestorven is in Harderwijk. Hij zat tijdens de oorlog in concentratiekamp Soltau. Daar zat een groot deel van de door de Duitsers gevangen genomen Belgische soldaten. Aan het eind van de oorlog werden deze gevangenen vlakbij de Nederlandse grens gezet. De verzwakte gevangenen liepen naar Hengelo, en daar is Benoni overleden. Maar in Hengelo was niets meer terug te vinden. Nu blijkt dat hij waarschijnlijk in 1960 op het Belgisch Ereperk in Harderwijk is herbegraven."